Hoop op nieuwe onderzeeërs van Nederlandse bodem

De vakbonden en werkgeversorganisatie VNO-NWC willen dat de vier nieuwe onderzeeërs voor de Koninklijke Marine zoveel mogelijk van Nederlandse bodem komen. Dat schrijven ze dan ook in een brief aan het kabinet en de Tweede Kamer. “Het gaat om een enorme opdracht, waar tienduizenden banen mee gemoeid zijn.”


De huidige vier Nederlandse onderzeeboten kunnen nog tot 2025 mee. Voor daarna wil Defensie weer vier nieuwe onderzeeërs aanschaffen voor minstens 3,5 miljard euro. Op dit moment zijn er vier scheepsontwerpers in de race voor de opdracht: het Franse Naval Group, Navantia uit Spanje, Saab Kockums uit Zweden en het Duitse TKMS. Saab en Naval Group hebben inmiddels met de Nederlandse scheepsbouwers een alliantie gesloten. Saab Kockums met Damen Shipyards Group, en Naval Group met Royal IHC. Uit een interne vergelijking, waar De Telegraaf inzage in kreeg, heeft de combinatie Saab met Damen de beste papieren, maar zit Naval met Royal IHC hen op de hielen.


EEN ENORME OPDRACHT

De bonden en VNO-NCW hopen op veel Nederlandse inbreng. Daarom vragen ze minister Ank Bijleveld van Defensie in een brief om de Nederlandse industrie niet uit het oog te verliezen bij het aanschaffen van de nieuwe onderzeeërs. “We denken dat het er wel in zit”, zegt Hans de Boer van VNONCW in het NOS Radio 1 Journaal. “In de eerste plaats is het prachtig dat werkgevers en werknemers na het pensioenakkoord weer samen optrekken. Het gaat om een enorme opdracht, waar tienduizenden banen mee gemoeid zijn. Ook hooggeschoolde banen, met veel innovatie. Wij zeggen: laten we de industriepolitiek en het werkgelegenheidsaspect goed meewegen bij de aanschaf.” Hij gaat verder: “De vakbeweging heeft samen met ons een brief gestuurd aan Defensie. Het gaat niet alleen om de bouw van de onderzeeërs nu, maar ook om de exportcapaciteit die je daarmee opbouwt. Ook andere landen moeten nieuwe onderzeeërs hebben. Doen we dit op een goede manier, dan kunnen we die kennis en productie exporteren.”



“WE DENKEN DAT HET ER WEL IN ZIT.”

DAMEN/SAAB COMBINATIE FAVORIET

De favoriet van de vakbeweging is de combinatie Damen/Saab. Scheepswerf Damen Schelde Naval Shipbuilding en de vakbonden hebben al een convenant ondertekent over onder andere werkgelegenheid, stages en opleidingen. Hierin is bijvoorbeeld vastgelegd dat, onder voorbehoud van specifieke klanteisen, primair voor Nederland wordt gekozen als kennis, ontwikkel en (high-end) productie- en assemblagelocatie voor de onderzeeboten.


Binnen het convenant wordt gestreefd naar het behoud en de verdere uitbouw van het Nederlandse marinebouwcluster en haar toeleveranciers. Daarbij wordt de werkgelegenheid en inkomenspositie van haar werknemers gewaarborgd. Onder andere door het bieden van een constructieve arbeidsinzet en –samenwerking. Ook wordt gewerkt aan de verbetering van de aansluiting op opleidingen en bedrijfsbehoeftes. Onder andere door de om- en bijscholing van de werknemers. In de werving van toekomstig technisch personeel en aansluiting bij de opleidingen, worden jaarlijks minimaal tussen de 10 en 20 stageplaatsen en/of leerling plaatsen gecreëerd.


15.000 MANJAREN

Binnen het Nederlandse marinebouwcluster zijn op dit moment meer dan 2.000 mensen werkzaam. Damen zelf zegt dat de ontwikkeling, bouw en het onderhoud van de nieuwe onderzeeboten in totaal 15.000 ‘manjaren’ aan werk zal opleveren in Nederland, oftewel een jaar lang werk voor 15.000 mensen. Werkgelegenheid die voor een belangrijk deel ligt in kwetsbare regio’s als Zeeland, Twente en de Kop van Noord-Holland. Voor Damen zal het project naar verwachting 6.000 manjaren aan werkgelegenheid opleveren, waarvan ongeveer 3.500 manjaren op hbo/wo-niveau en ongeveer 2.600 manjaren op mbo/vmboniveau.


NEDERLANDS MARITIEME ECOSYSTEEM

Het creëert dus veel nieuwe banen in onder andere de productie en onderhoud van de boten, maar er liggen ook kansen voor het ondernemerschap en exportpotentieel, aldus VNO-NCW. Een win-winsituatie voor zowel werknemers, werkgevers als de overheid. De huidige Walrusklasse is uniek in haar capaciteiten en in Nederland ontworpen, gebouwd en zeer recent nog volledig gemoderniseerd. Met de voorgenomen vervanging van de Walrusklasse is de kans groot om ook de toekomstige state-ofthe-art onderzeeboten te ontwerpen en te bouwen binnen het Nederlandse maritieme ecosysteem. Daarbij moet goed worden beseft dat de Nederlandse marinebouw een volledige en ‘zelfscheppende industrie’ die hoogwaardige marineschepen, van schets tot oplevering, ontwikkelt en bouwt en gedurende de gehele levensduur moderniseert en onderhoudt.


Dankzij launching customer schepen voor de Koninklijke Marine, zoals de vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten, is het Nederlandse Marinebouwcluster in staat om nieuwe kennis te ontwikkelen. In dit geval in gebalanceerde samenwerking met internationale kennispartner Zweden, die innovatie stimuleert en ondersteunt. De beslissing wie de schepen mag gaan bouwen, wordt de komende weken verwacht.