Droogte in Zuid- en Oost-Nederland houdt aan, overgang naar normaal weer verwacht

Duurzaamheid

In het oosten en zuiden van Nederland is er een groot neerslagtekort en zijn de grondwaterstanden laag. Deze gebieden zijn volledig afhankelijk van neerslag en kunnen geen gebruik maken van water uit de grote rivieren en kanalen. Waterschappen hebben daar verschillende onttrekkingsverboden ingesteld. In de week van 29 juli tot 4 augustus 2019 wordt een overgang naar normaal weer voor de tijd van het jaar verwacht.

Wateraanvoer Maas en Rijn

De aanvoer van water door de Rijn en de Maas is laag voor de tijd van het jaar, maar voldoende om aan de vraag naar water te voldoen. De situatie in de laaggelegen delen van Nederland, met de mogelijkheid van wateraanvoer vanuit de grote rivieren, is grotendeels normaal. In het IJsselmeer is op dit moment de maximale hoeveelheid water beschikbaar. Er is geen sprake van verzilting op een enkele locatie na.

Blauwalg

Er zijn wel diverse waarnemingen van blauwalgen en op enkele locaties geldt een negatief zwemadvies. Voor meer informatie kunt u terecht op de website over zwemmen in natuurwater.

Maatregelen scheepvaart

Voor de scheepvaart geldt dat de diepte wel verminderd is in de grote rivieren: Rijkswaterstaat peilt de minst gepeilde diepte. Voor het kanaal Van Gent naar Terneuzen geldt een diepgangbeperking.

Droogtemonitor en Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling

Wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals een langer durende droogte, zeer lage rivierafvoeren of mogelijke watertekorten, stelt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) een droogtemonitor op. Hierin wordt een landelijk beeld gegeven van de situatie, met aandacht voor regionale verschillen. De informatie is gebaseerd op gegevens van waterschappen, KNMI en Rijkswaterstaat. In een periode van daadwerkelijk bovenregionaal watertekort verschijnt de droogtemonitor elke twee weken of vaker als dat nodig is.

Dagelijkse monitoring droogte

Rijkswaterstaat en de waterschappen monitoren dagelijks de situatie met het oog op eventuele problemen met droogte, watertekort of waterkwaliteit. Tijdens het droogteseizoen (jaarlijks van april tot oktober) gebeurt dit intensiever, omdat door het groeiseizoen en stijgende temperaturen de vraag naar water groot is en een grotere kans op watertekorten aanwezig is.