Havenbedrijf Rotterdam laat na 200 jaar NAP varen

Zo’n 200 jaar gold het NAP (Normaal Amsterdams Peil) als de basis voor de scheepvaartbegeleiding in de Rotterdamse haven. Vanaf 1 juli neemt Havenbedrijf Rotterdam afscheid van NAP in de communicatie met de zeevaart. Voortaan hanteert het ‘Approximate Lowest Astronomical Tide (ALAT)’ als referentie voor waterdieptes en waterstanden in het toelatingsbeleid. Dit referentievlak is internationaal gebruikelijk in de scheepvaart.

This embedded content is only visible after accepting cookies.

“De aanpassing past in het streven van het Havenbedrijf naar verregaande internationale standaardisatie omdat dit een belangrijke voorwaarde is voor de digitalisering van de scheepvaartbegeleiding”, aldus René de Vries, (rijks)havenmeester van Rotterdam.

Meer efficiëntie en veiligheid
LAT is het laagste getijdeniveau voorspeld onder astronomische omstandigheden. Het nieuwe referentievlak is tot stand gekomen in samenwerking met Rijkswaterstaat en de Dienst der Hydrografie. De haven sluit zich hiermee aan bij de internationale taal als het gaat om waterdieptes en waterstanden, met meer efficiëntie en veiligheid tot gevolg. Op de verschillende uitgaven van het Havenbedrijf Rotterdam staan de waterdieptes en waterstanden voorlopig nog zowel in ALAT als NAP.

Normaal Amsterdams Peil
Lees de ontstaansgeschiedenis van het NAP normaalamsterdamspeil.nl

NAP. Foto, Ries van Wendel de Joode, HBR.
NAP. Foto, Ries van Wendel de Joode, HBR.

Port Call Optimisation
Onder de term ‘Port Call Optimisation’ werkt het Havenbedrijf internationaal samen met rederijen en andere havens aan het efficiënter maken van het havenaanloop (‘port call’) proces. Inmiddels is de eerste haveninformatie gestandaardiseerd volgens internationale maatstaven. Het gaat dan om ligplaatsinformatie, de exacte bepaling van maximale diepgang bij elke ligplaatspositie op basis van actuele informatie en het automatisch berekenen van tijpoorten.

Foto: NAP. Foto, Ries van Wendel de Joode, HBR.