Walstroom Heerema Foto, Heerema

Haven Rotterdam veert op na coronadip

Duurzaamheid

Haven kan wezenlijke bijdrage leveren aan Nederlandse CO2-reductie en welvaart

Walstroom Heerema Foto, Heerema

In de eerste zes maanden van 2021 bedroeg de overslag in de haven van Rotterdam 231,6 miljoen ton, een groei van 5,8% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ondanks deze toename is het overslagvolume nog niet hersteld van de coronadip van vorig jaar. In het eerste halfjaar was er vooral meer aan- en afvoer van ijzererts, kolen en containers. De financiële resultaten van het Havenbedrijf waren goed.

View on Youtube.

Kernpunten eerste halfjaar

  • Totale overslag: 231,6 miljoen ton (+5,8%).
  • Forse toename in overslag van ijzererts (+34,4%), kolen (+35,8%), breakbulk (+10,1%) en containers (+8,7% in TEU); daling overslag van agribulk (-8,9%) en LNG (-4,7%).
  • Succesvolle afhandeling post-Suez stremming zeevaart.
  • Concrete stappen voorwaarts in energietransitie, onder andere dankzij financiële steun (SDE++) voor bedrijven die CO2 willen afvangen en opslaan via Porthos, en extra productiecapaciteit biodiesel.
  • Toename omzet Havenbedrijf met 7,5% tot € 387,6 miljoen, bedrijfsresultaat 16,4% hoger naar € 174,9 miljoen.

Allard Castelein, CEO van Havenbedrijf Rotterdam: “Het is bemoedigend om te zien dat het totale overslagvolume kwartaal op kwartaal toeneemt. Dat betekent evenwel niet dat de Rotterdamse haven de coronadip van vorig jaar al helemaal heeft goedgemaakt. De financiële resultaten van het Havenbedrijf waren naar tevredenheid. Die stellen ons in staat om te blijven investeren in de haven van de toekomst, in de transitie naar schonere energie en in goede bereikbaarheid, zodat we onze klanten helpen om meer lading naar Rotterdam te halen. Onze overtuiging is dat onze investeringen aanzienlijke impact hebben op werkgelegenheid, duurzaamheid en maatschappij.”

Ontwikkelingen per categorie goederenoverslag

Droog massagoed

De overslag van droog massagoed bedroeg 37,7 miljoen ton, een groei van 22,5% ten opzichte van het eerste halfjaar 2020. Vooral de opleving van de Duitse staalproductie leidde tot een grotere vraag naar ijzererts en schroot (+34,4%). Bijgevolg steeg ook de vraag naar cokeskolen bestemd voor hoogovens. Ook was er in deze periode veel meer vraag naar energiekolen voor stroomopwekking. Dat had te maken met de opleving van de economie en met de tegenvallende stroomproductie uit wind. Hoge gasprijzen maakten dat energieopwekking met kolen concurrerend was, de gestegen prijzen voor CO2-uitstootrechten ten spijt. De totale kolenoverslag steeg met +35,8% in het eerste halfjaar. Over meerdere jaren gezien neemt het volume kolen overigens af: in de periode 2015-2020 daalde het 44%.

De overslag van agribulk daalde met 8,9%. Vorig jaar lag de overslag van granen, oliezaden en veevoeders op een hoog peil ondanks de coronacrisis. De onzekerheid over mogelijke verstoringen in de aanvoer van voedingsmiddelen leidde er destijds toe dat handelaren en importeurs aanvankelijk veel agribulk inkochten. Vanaf oktober vorig jaar is de overslag echter gedaald omdat er in de loop van het jaar grote voorraden waren opgebouwd, onder andere van soja en mais.

Nat massagoed

Binnen de grootste overslagcategorie, te weten nat massagoed, was de groei minder uitbundig dan bij droog massagoed. De totale overslag van nat massagoed groeide met 1,1% naar 100,9 miljoen ton. Er waren lichte toenames in de overslag van minerale olieproducten (+3,7%) en ruwe aardolie (+0,4%). LNG toonde daarentegen een lichte daling (-4,7%). Ten aanzien van ruwe olie speelde mee dat de raffinageactiviteit in Nederland en Duitsland vanaf het begin van het tweede kwartaal weer boven die van 2020 lag. Vorig jaar was een dalende tendens te zien vanwege het begin van de covid-19 crisis.

De overslag van olieproducten was in het eerste kwartaal hoger dan in 2020 en in het tweede kwartaal lager, per saldo in totaal leidend tot meer overslag. De hogere overslag is vooral veroorzaakt door meer aanvoer van stookolie en nafta. Er kwam meer stookolie uit Rusland naar Rotterdam, vooral door minder directe export vanuit Rusland naar de VS. Nafta is een typisch importproduct. Meer vraag vanuit de chemische industrie leidde in dit geval tot meer import.

Bij de overslag van gasolie/diesel was er sprake van minder import en meer export. Zo is er meer naar de Verenigde Staten getransporteerd, onder andere vanwege de extreme koude daar. De overslag van kerosine daalde flink door de lage vraag.

Binnen de categorie Overig nat viel er een stijging te noteren bij biobrandstoffen en een lichte daling van chemieoverslag.

Containers en breakbulk

Gemeten in tonnen groeide de containeroverslag met 4,4% en gemeten in de standaardmaat TEU met maar liefst 8,7%. Niet eerder werden in een halfjaar zoveel containers overgeslagen in Rotterdam. Het verschil in groei tussen tonnen en TEU kent twee oorzaken. Ten eerste werden vooral in het eerste kwartaal meer lege containers overgeslagen dan in dezelfde periode in 2020. De tweede oorzaak is dat het gemiddelde gewicht van volle containers al enige tijd een dalende tendens laat zien. De toegenomen vraag naar consumentengoederen in combinatie met verstoringen in de logistieke ketens (onder andere door stremming Suezkanaal, corona-uitbraak en lockdown in havens Shenzhen) zorgde mondiaal voor vertragingen en hoge vrachttarieven. De afwikkeling van de containerstromen verliep in Rotterdam vrij goed.

De roll-on-roll-off overslag is goed hersteld in het tweede kwartaal na een sterke daling net na de Brexit begin 2021. Het tweede kwartaal was zelfs iets beter dan 2019. De volumes liggen fors (+8,8%) boven die van 2020. Daarbij moet worden aangetekend dat de halfjaarvolumes vorig jaar hard werden geraakt door de eerste corona lockdown in het tweede kwartaal. De overslag van het overig stukgoed nam toe met 14,7%, met name door toename van non-ferro metalen en staal.

Goed financieel resultaat Havenbedrijf

De financiële resultaten van Havenbedrijf Rotterdam waren in het voorbije halfjaar goed. De omzet groeide met 7,5% naar € 387,6 miljoen (2020H1: € 360,4 miljoen). De contractopbrengsten uit terreinverhuur namen vooral toe doordat enkele bestaande contracten in lijn zijn gebracht met de huidige marktprijs. De inkomsten uit zeehavengeld namen toe als gevolg van het hogere overslagvolume. De operationele lasten waren 4% lager in vergelijking met de eerste helft van vorig jaar, voornamelijk door lagere uitgaven tijdens de Covid-19 pandemie en een hoge mate van kostenbewustzijn.

Het bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen steeg naar € 153,1 miljoen (2020H1: € 128,4 miljoen). Het resultaat na belastingen kwam uit op € 116,7 miljoen (2020H1: € 98,1 miljoen). De bruto investeringen kwamen in het eerste halfjaar uit op € 97,6 miljoen (2020H1: € 136,4 miljoen). De totale investeringen voor 2021 liggen naar verwachting in lijn met het investeringsniveau van voorgaand jaar (2020: € 265,7 miljoen).

Stappen vooruit gezet in energietransitie

Er zijn in het afgelopen halfjaar weer betekenisvolle stappen vooruit gezet in de energietransitie. Zo werd in mei bekend dat de Nederlandse overheid circa € 2 miljard heeft gereserveerd voor de vier bedrijven die CO2 willen afvangen en voor opslag aanleveren aan het Porthos project. Hier moet vanaf 2024 voor het eerst in Nederland op grote schaal CO2 worden opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Dit is een wezenlijke bijdrage aan het behalen van de Nederlandse klimaatdoelen. Een ander belangrijk thema in de energietransitie is waterstof. Zowel op het vlak van grootschalige lokale productie, de import van waterstof van overzee, als toepassing in de transportsector en de industrie loopt een reeks van projecten. Voor aanleg van een waterstofleiding in het havengebied wordt toegewerkt naar een investeringsbeslissing. Aanleg van buisleidingen tussen Rotterdam, Chemelot en Noordrijn-Westfalen voor verschillende stoffen, waaronder waterstof en CO2, is in onderzoek. Dit soort infrastructuur is randvoorwaardelijk voor veel industrieën om over te schakelen van fossiele grond- en brandstoffen op schone waterstof.

Progressie digitalisering haven

Dat de Brexit in Rotterdam niet voor grote problemen in de logistiek heeft gezorgd, toont aan dat de systemen van Portbase van hoge kwaliteit zijn en zowel de transportsector als de overheid goed ondersteunen. Het maakt daarnaast duidelijk hoe belangrijk digitalisering is. Ook het afgelopen halfjaar is daarom verder gewerkt aan het digitaliseren van uiteenlopende activiteiten. Zo zijn verschillende processen voor de scheepvaart verder gedigitaliseerd, waaronder meldingen voor de loodsen, en is begonnen met de digitalisering van de Maritime Declarations of Health. Jaarlijks komen er meer dan 30.000 van deze ‘gezondheidsverklaringen’ betreffende de scheepsbemanning bij het Haven Coördinatie Centrum binnen.

Ook is het afgelopen halfjaar het 100e bedrijf aangesloten op Routescanner, een platform dat wereldwijd de routes voor containervervoer inzichtelijk maakt op basis van de data van containeroperators. Daarmee vergroot Routescanner de transparantie in de logistiek. Naast de slimme uitwisseling en benutting van dit soort informatie, voorziet het Havenbedrijf ook steeds meer fysieke infrastructuur van sensoren. Inmiddels is de eerste ‘slimme’ bolder geplaatst. Data uit deze sensoren stellen het Havenbedrijf in staat haar assets optimaal in te zetten en te onderhouden.

Vooruitzicht

De economie trekt aan, evenals de wereldhandel. Dat zijn positieve drijvende krachten achter verder herstel van het overslagvolume in de haven van Rotterdam. Tegelijkertijd liggen er uitdagingen en onzekerheden, vooral over het verdere verloop van de pandemie. Per saldo verwachten wij dat de groei van het overslagvolume in de tweede helft van 2021 aanhoudt. Havenbedrijf Rotterdam wil de (nieuwe) regering graag ondersteunen bij het realiseren van de klimaatdoelen. Daarvoor moet het nieuwe kabinet wel grote investeringen in infrastructuur helpen mogelijk maken. Ook heeft de Rotterdamse haven snel meer stikstofruimte nodig voor verschillende projecten op het vlak van de energietransitie. Blijft dit uit, dan kunnen onze ambities niet tijdig worden gerealiseerd en stagneert de verduurzaming van de industrie.