KVNR: Aanbevelingen commissie-Remkes grotendeels in lijn met ambities Nederlandse reders

Duurzaamheid

Op 10 juni heeft het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook bekend als de commissie-Remkes, in een persconferentie adviezen aan het kabinet uitgebracht om de stikstofuitstoot op de langere termijn te reduceren. De commissie deed daarbij ook aanbevelingen om de stikstofuitstoot van de zeevaart te reduceren. Over het algemeen is de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) positief over de aanbevelingen. Ze zijn in lijn zijn met de ambities van de zeevaart op het gebied van milieu en klimaat en ook met de nationale Green Deal, waarin afspraken tussen overheid en zeevaart over verduurzaming zijn vastgelegd. KVNR-directeur Annet Koster: “Enkele onderdelen behoeven nog wat duidelijkheid, wanneer de adviezen worden overgenomen, maar hierover gaan we graag in gesprek met het kabinet.”

KVNR

Introductie van stikstofzones op zee

Per 1 januari 2021 worden zowel de Noordzee als de Oostzee een zogenoemd stikstofgebied voor schepen die vanaf die datum worden gebouwd. De KVNR heeft hiervoor in 2016 samen met de Nederlandse overheid gepleit bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). “Deze maatregel moet de stikstofuitstoot met ruim 70% reduceren ten opzichte van de huidige generatie motoren,” geeft Nick Lurkin, KVNR-adviseur klimaat en milieu, aan. De commissie-Remkes adviseert de Nederlandse overheid verder om in Europees verband te pleiten voor uitbreiding van dit stikstofgebied naar alle Europese (zoute) wateren. Lurkin plaatst bij dat laatste advies overigens wel een vraagteken: “De uitbreiding van een stikstofzone naar bijvoorbeeld de Middellandse Zee heeft helemaal geen effect op de stikstofdepositie in Nederland, omdat de Middellandse Zee simpelweg te ver weg van Nederland ligt. De stikstofzone op de gehele Noordzee, zoals die in 2021 ingaat, volstaat eigenlijk dus al.”

Handhaven van milieuregels is cruciaal

Het succes van het stikstofgebied op de Noordzee per 2021 valt of staat met de handhaving ervan. Omdat de zeevaart een mondiaal opererende sector is, is handhaving van de nieuwe regels van groot belang voor het behoud van een internationaal gelijk speelveld. KVNR-directeur Annet Koster: “Het kan niet zo zijn dat Nederlandse reders die investeren in schonere schepen op achterstand komen ten opzichte van hun buitenlandse concurrenten die dat niet doen.” Daarom is de KVNR voorstander van het advies van de commissie-Remkes om stevig in te zetten op handhaving van een stikstofzone in de Noordzee. Koster vervolgt: “Economisch gewin door het overtreden van de milieuregels is voor ons absoluut een no-go.”

Mondiaal verduurzamingsfonds voor de zeevaart

Het derde advies van de commissie-Remkes is invoering van een mondiale heffing op de uitstoot van stikstofoxiden van zeeschepen. De Nederlandse overheid zou hiervoor moeten pleiten bij de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), aldus het adviescollege.

Op dit moment ligt er bij de IMO al een voorstel op tafel voor invoering van een mondiale toeslag op de brandstof dat een groot fonds voedt om de zeevaart te verduurzamen. In eerste instantie was het fonds vooral bedoeld als maatregel om de broeikasgassen uit te faseren, maar met de toekomstige alternatieve brandstoffen en energiedragers zal, zo verwacht de KVNR, ook de uitstoot van stikstofoxiden, zwaveloxiden, fijnstof en andere emissies naar de lucht enorm worden gereduceerd. “Een win-win-win-win dus,” aldus Lurkin. De KVNR blijft zich met de Nederlandse overheid en andere partners internationaal hard maken voor dit mondiale maritieme verduurzamingsfonds. Uitbreiding van het Europees emissiehandelssysteem (EU-ETS) naar de scheepvaart, zoals door de commissie-Remkes wordt genoemd, is niet het middel om het doel te bereiken. Juist omdat de zeevaart een internationale sector is, moet dit mondiaal worden opgepakt. Dus in IMO-verband, om verplaatsing van het stikstofprobleem naar de randen van de EU te voorkomen en echt aan te pakken, concludeert de KVNR.